Tentoonstelling Mauthausen, Mordhausen Concentratiekamp en Plek van Herinnering

Op 27 september is in het NIOD een tentoonstelling geopend over het voormalig concentratiekamp Mauthausen waar het niet uitmaakte of je homoseksueel, Sinti of Roma, Jood, Engelandvaarder, Jehova Getuige of politiek gevangene was omdat men allemaal door uitputting of anderszins het leven liet.
De opening werd door ongeveer 70 mensen bezocht waarbij onder meer de ambassadeur van Israel aanwezig was. De expositie toont hoe het in het kamp toeging door foto’s en een film van overlevenden.

 

De expositie beslaat onder anderen de geschiedenis van het kamp, met originele foto’s uit het SS-archief die inzicht geven in de erbarmelijke omstandigheden in Mauthausen.

Locatie:  NIOD, Herengracht 380 in Amsterdam
Datum: 28 september – 2 december 2018
Tijd: De tentoonstelling is te bezoeken op maandag van 13:00-17:30 en op dinsdag tot en met vrijdag van 9:00 -17:30.
Entree: gratis

Publieksbijeenkomst
Save the date: Tevens brengen wij u op de hoogte dat naar aanleiding van de tentoonstelling op donderdag 11 oktober van 19:30 tot 22.00 een publieksbijeenkomst in Spui25 zal plaatsvinden onder de titel  “Mauthausen – Terreur en Verzet. Een internationaal perspectief”. Hierin zal worden  ingegaan op de systematische terreur als middel om verzet te onderdrukken, in Nederland en andere delen van Europa.. Inleidende woorden zullen worden gesproken door  voorzitter van het Comité International Guy Dockendorf en de Oostenrijkse ambassadeur Heidemaria Gürer. De uitnodiging en het programma worden binnenkort rondgestuurd. Aanmelden is noodzakelijk via de website van Spui 25 (http://www.spui25.nl/)  Houd de website van het NIOD in de gaten voor meer informatie.

 

Het gesproken woord geldt

Toespraak t.g.v. de opening van de tentoonstelling
„MAUTHAUSEN = MORDHAUSEN“
in het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies NIOD Amsterdam, 27 september 2018

Dames en heren,

Allereerst wil ik mijn grote erkentelijkheid tonen in de richting van de initiatiefnemers-/organisatoren van deze tentoonstelling dat u mij als medewerker van de Oostenrijkse ambassade vandaag in de gelegenheid stelt om hier een paar woorden te spreken. Ik doe dat graag en ik wil benadrukken, hier en daar ook vanuit een persoonlijk perspectief.

U zult overigens hebben begrepen dat ambassadeur Heidemaria Gürer, anders dan in de aankondigingen vermeld, er vandaag niet bij kan zijn. Zij is om dringende familiaire rede-nen in Oostenrijk.

Mijn naam is Andreas de Valk en ik ben de politiek adviseur van de opeenvolgende Oostenrijkse ambassadeurs in Nederland. Zoals u weet, ambassadeurs komen en gaan in de regel iedere 3, 4, 5 jaar. En ik heb nu zo’n 9 ambassadeurs – als ik dat zo respectloos mag zeggen – „versleten“. Dan weet u meteen hoe oud ik ongeveer moet zijn. Zo oud in ieder geval, dat ik nog heb meegemaakt, dat als men overwoog vertegenwoordigers van Oostenrijk bij dit soort gelegenheden uit te nodigen, vaak duidelijk werd, dat daarvoor de tijd nog niet rijp was, om het maar diplomatiek te zeggen. Met dat in het achterhoofd dus die erkentelijkheid.

Dames en heren, het is niet moeilijk om geïnteresseerd te raken en vervolgens je betrokken te voelen bij het onderwerp Mauthausen. De vreselijke naweeën van de Februaristaking, de grote razzia’s van Amsterdam, de razzia’s in Twente en de Achterhoek, het Englandspiel en de geheime agenten, een ieder die hiervoor iets meer belangstelling heeft, zal al gauw uitkomen bij dit specifieke concentratiekamp. Of moeten we inderdaad met voormalig onderzoeker van dit Instituut, Hans de Vries – hier vandaag aanwezig –in dat verband zeggen: vernietigingskamp Mauthausen.

Grote waardering heb ik altijd gehad voor de Nederlandse Mauthausenorganisatie: de Stichting Vriendenkring ‘Mauthausen’; voor die groep gedreven vrijwilligers, die door de jaren heen in verschillende bezetting ziel en zaligheid gaven én geven voor de goede zaak.

Toentertijd, medio tachtiger jaren, om een indrukwekkend Nederlands monument op het terrein van het voormalige kamp gedaan te krijgen. En heden ten dage om al die dingen te doen opdat de slachtoffers van toen niet in vergetelheid raken en om te proberen de verschrikkingen die daar in Mauthausen en de meer dan 40 nevenkampen hebben plaats-gevonden op het netvlies van ons allemaal te houden. Ik hoef niet uit te leggen, waarom dat misschien wel juist in dit tijdsgewricht weer meer dan nodig is.

Toen recentelijk de Vriendenkring dreigde te kapseizen, verontrustte dat zeer. Zou de Vriendenkring dezelfde weg gaan als een aantal andere kamporganisaties, namelijk die van opheffing? Het zou o.a. het ondenkbare scenario hebben betekend dat Nederland niet meer zou zijn vertegenwoordigd in het Internationále Mauthausen Comité, het CIM, waarin 21 landen acte de présence geven.

Gelukkig zijn er altijd weer mensen die niet alleen de ernst van zo’n situatie inzien, maar ook bereid zijn in te springen. Zo iemand is Marjon de Klijn. Zij is van na de oorlog, heeft zelf naar ik weet niemand in Mauthausen verloren, maar vond toch dat ze de kar moest trekken, toen ze betrokken raakte bij de Vriendenkring en niemand bereid bleek in de voetstappen te treden van haar legendarische voorgangster, Mirjam Ohringer.

Marjon de Klijn schreef onlangs in de zomeruitgave van het Contactblad van de Stichting 1940 – 1945 naar aanleiding van haar eerste bezoek aan Mauthausen: „Het is dan weliswaar niet mijn directe familie die hier omgebracht is, maar uiteindelijk zie ik degenen die in Mauthausen vermoord zijn toch ook als mijn verwanten…“ Een rake verwoording van hoe velen het voelen die het kamp hebben bezocht, ondergetekende incluis…

Marjon de Klijn re-activeerde de organisatie. Er kwamen nieuwe bestuursleden bij, een nieuwe website. Zij zorgde ervoor, dat het CIM voor het eerst in de geschiedenis haar internationale conferentie in Nederland gaat houden en wel van 12 tot 14 oktober aanstaande. Er komt een publiekssymposium over Mauthausen hier in Amsterdam op 11 oktober a.s.; en natuurlijk is er deze tentoonstelling hier in het NIOD. Allemaal zaken die Marjon heeft geëntameerd en het is dan ook helemaal terecht dat zij begin deze maand een hoge Oostenrijkse onderscheiding heeft gekregen voor haar inzet en verdiensten.

Volgend jaar zal overigens – ook voor het eerst in de geschiedenis – de reünie van de Vriendenkring in de ambtswoning plaatsvinden van de Oostenrijkse ambassadeur, mevrouw Gürer. Ik ben daar heel verheugd over want ik herinner me zoals gezegd tijden waarin zoiets absoluut ondenkbaar zou zijn geweest.

Ondenkbaar in ieder geval vóór 1994, d.w.z. vóór het staatsbezoek van de toenmalige Oos-tenrijkse bondspresident, Thomas Klestil. Hij hield een baanbrekende tafelrede waarin hij oa. zei, ik citeer: „We mogen nooit vergeten, dat veel van de ergste beulsknechten van het nationaalsocialisme, die vele burgers van uw land onbeschrijflijk veel leed hebben aange-daan, Oostenrijkers waren (…) En hij zei vervolgens: „Deze misdaden zijn door niets te ver-ontschuldigen. Ik buig namens Oostenrijk diep voor de slachtoffers van toen,“ einde citaat.

Sinds die toespraak bleek in de bilaterale betrekkingen tussen Oostenrijk en Nederland t.a.v. dit beladen onderwerp toenadering en verzoening mogelijk. De toenmalige Oosten-rijkse ambassadeur, Otto Maschke, wist bijvoorbeeld het Nederlandse en Oostenrijkse verzet bij elkaar te brengen. Er werd gezamenlijk van alles georganiseerd om de kou uit de lucht te krijgen. En onder zijn opvolger, Alexander Christiani, kwam in samenwerking met toen nog het RIOD en de Stichting Vriendenkring `Mauthausen´ in 1998 het eerste internationale wetenschappelijk symposium over Mauthausen in Amsterdam tot stand. De conferentiebundel van toen is als bronmateriaal niet meer weg te denken. Ik raad iedereen de bijdrage aan in die bundel van de hand van Hans de Vries, ik noemde hem eerder al even.

Over een kleine twee maanden, op 13 en 14 november, 24 jaar na Thomas Klestil, komt er voor het eerst weer een Oostenrijkse bondspresident voor een officieel bezoek naar Nederland: Alexander Van der Bellen, jazeker, hij heeft Nederlandse voorouders. En nog voordat hij aan zijn officiële programma begint, is hij voornemens privé een bezoek te brengen het Joods Cultureel Kwartier, hier in Amsterdam. Een belangrijk signaal.

Mét hem is ook de Oostenrijkse ambassade er veel aan gelegen om te laten zien dat Oostenrijk zich zeer wel bewust is van haar historische verantwoordelijkheden, en steeds weer – ongeacht de samenstelling van haar coalitieregeringen – stappen zet in het kader van de zogenoemde herinneringscultuur.

Een paar actuele voorbeelden:

De recente onteigening van het geboortehuis van Adolf Hitler in het stadje Braunau aan de Oostenrijkse grens met Beieren en het vaste voornemen het zodanig te renoveren of reconstrueren – hoe je het ook wilt noemen – dat het voor de toenemende aantallen rechtsradicalen niet langer een magneet vormt en attractief is als pelgrimsoord.

Een tweede voorbeeld is de doelstelling van de huidige Oostenrijkse staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mevrouw Edtstadler, dat iedere Oostenrijkse scholier tijdens zijn of haar schoolcarrière tenminste één keer het Concentratiekamp Herinneringscentrum Mauthausen moet hebben bezocht.

En ten derde haar plan om in de miljoenenstad Wenen een buitenpost van het Herinneringscentrum Mauthausen op te zetten, om scholieren en anderen voor te bereiden op het uitermate aangrijpende bezoek aan het voormalige concentratiekamp.

Ik rond af. Dames en heren, laten we met z’n allen – de nabestaanden, de betrokken organisaties, de wetenschap, de politiek, alle geïnteresseerden, laten we voortgaan op de gezamenlijke weg om, in Nederland, in Oostenrijk en elders lering te trekken uit datgene wat in Mauthausen en zijn nevenkampen is gebeurd.

En lering trekken kunnen we alleen als we de mogelijkheid krijgen en natuurlijk bereid zijn daar kennis van te nemen.

In die zin wens ik deze tentoonstelling vele, vele belangstellenden toe.

Dank u wel!

Drs. Andreas Joseph de Valk, 27 september 2018

Mauthausen, terreur en verzet.
Enkele woorden bij de opening van de Mauthausen tentoonstelling in het NIOD, 27 september 2018.

Hartelijk welkom, namens het NIOD, bij deze opening. Ik wilde, om te beginnen, de ontwerpers ervan, Erik Somers en Laurien Vastenhout, hartelijk danken voor het vele werk dat ze in korte tijd hebben verzet. Die dank geldt ook voor de warme steun van de zijde van het Internationale Mauthausen Comité en de Nederlandse Vriendenkring Mauthausen.
Waarom deze tentoonstelling? Mauthausen, een van de meest beruchte nazistische concentratiekampen, gelegen nabij het gelijknamige dorp aan de Donau, op 20 km ten oosten van Linz, werd opgericht in april 1938, nog geen maand na de vrijwillige Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk. In Mauthausen zouden de volgende zeven jaar meer dan 200.000 mensen gevangen worden gehouden, waarvan ruim de helft zou omkomen, voornamelijk door verhongering, ziekte, algehele uitputtting, mishandeling, maar ook in gaswagens en gaskamers.
Mauthausen begon als buitenkamp van een van oudste Lager, Dachau, bij München. Het werd in het voorjaar van 1939 zelfstandig, en vanaf dat moment zou het als Stammlager fungeren voor een complex van vele grote en kleine satellietkampen, door Oostenrijk heen. Als we over ‘Mauthausen’ , of ‘Mauthausen-Gusen, spreken, dan gaat het meestal over dit hele complex.
De keuze voor de locatie van het Konzentrationslager was ingegeven door de aanwezigheid van enkele verlaten steengroeven in de buurt. De gevangenen die aanvankelijk uit Dachau werden overgebracht – voornamelijk veroordeelde criminelen, maar ook zogenaamde ‘asociale elementen’, waaronder de nazi’s o.a. politieke gevangenen, homoseksuelen en anderen rekenden – werden hier ‘te werk’ gesteld. Maar dit ‘werken’ stond niet op zichzelf: Mauthausen was geclassificeerd als Klasse 3 Lager, met als officiële instructie voor alle categorieën gevangenen Rückkehr unerwünscht (‘terugkeer niet gewenst’). De gevangenen werden door de SS-leiding uitgehongerd, geslagen, gebruikt voor medische experimenten en onderworpen aan het meest slopende werk, vooral in die steengroeven.
De daaropvolgende jaren ontwikkelde Mauthausen zich sterk tot een kamp voor politieke tegenstanders van het nazisme en fascisme, uit heel Europa, te beginnen met 10.000 Spaanse Republikeinen. Daarna volgden, vanaf eind 1941, Sovjet krijgsgevangenen, en Joden. De laatsten vormden aanvankelijk een kleine minderheid, tot het laatste oorlogsjaar, toen de kampbevolking enorm groeide door de komst van Joodse gevangenen uit Polen en Hongarije. De laatste maanden kwamen daar nog de overlevenden van de beruchte dodenmarsen van geëvacueerde vernietigingskampen bij. Het kamp werd bevrijd op 5 mei 1945.
Het besluit van het NIOD om in het kader van het landelijk Jaar van Verzet een tentoonstelling en symposium over dit KZ te organiseren, heeft te maken met het bijzondere karakter van Mauthausen, als het kamp waarnaar zo veel tegenstanders van nazisme en fascisme, uit zo veel verschillende landen, werden afgevoerd.
Dat bijzondere karakter spreekt ook uit de eed, die gevangenen bij de bevrijding formuleerden: een belofte van internationale solidariteit, voor vrede en broederschap, als het enig werkelijk waardevolle monument ter nagedachtenis van de doden. De eed zou het beginpunt zijn van een herdenkingscultuur, waarvan deze tentoonstelling niet alleen getuigt, maar zelf een product is.

Frank van Vree, directeur NIOD

Openings speech Marjon de Klijn:

Geachte aanwezigen,
Mauthausen, dat mooi gelegen oord aan de Donau. Het oogt zo lieflijk, maar hier en in de 49 nevenkampen werden uiteindelijk 129.000 mensen vermoord. Het maakte niet uit of je homoseksueel, Sinti of Roma, jood, Engelandvaarder, Jehova Getuige of politiek gevangene was. Dit oord verliet men in de beginjaren van de ‘Tweede Wereldoorlog’ niet levend omdat men verplicht was zeldzaam zware arbeid te verrichten onder onnoemlijk slechte voorzieningen. Mauthausen was ook een kamp dat als eindtransport werd gebruikt. Als je geluk had, kwam je er in 1945 levend, maar gebroken, vandaan.
Onder u weet men natuurlijk van het bestaan en de verschrikkingen van dit kamp. Anno 2018, zijn er echter in Nederland niet meer zo heel veel mensen die van het bestaan op de hoogte zijn. Het kamp is min of meer in vergetelheid geraakt en als men vraagt of er behoefte is aan voorlichting op bijvoorbeeld lerarenopleidingen, wordt er geantwoord dat Auschwitz al op het programma staat. Dit in tegenstelling tot andere landen. Toen ik dit jaar tijdens de herdenking Mauthausen bezocht, viel het mij op dat er heel veel jongeren diverse landen vertegenwoordigden en dat er in totaal ongeveer 10.000 mensen aanwezig waren.
Vier jaar geleden kreeg ik de ingeving, dat het voor de toekomst van de Stichting Vriendenkring Mauthausen, misschien een idee zou zijn om een tentoonstelling te realiseren, zodat men alom wat beter op de hoogte is van één van de ergste kampen uit de historie van WO-II. In de afgelopen tijd heb ik dit aan diversen voorgelegd en een jaar geleden besprak ik mijn idee met Frank van Vree en de rest is geen geschiedenis, want zie hier het bijzondere resultaat. Het is natuurlijk geen toeval dat er 80 jaar na de oprichting van het kamp Mauthausen een tentoonstelling is gerealiseerd om anderen te helpen herinneren, want als wij het al niet meer gedenken, wie dan wel?
Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om Frank van Vree, Erik Somers en Laurien Vastenhout hartelijk te bedanken voor de verwezenlijking van deze tentoonstelling.

Sorry, the comment form is closed at this time.